Ludolf Borkhuis, 1921

Naam
Ludolf /Borkhuis/
Geboorte
Beroep
Directeur groothandel in zuivelproducten / director wholesale business in dairy products
Geboorte van een broer
Overlijden van grootmoeder van vaders kant
Overlijden van moeder
Overlijden van grootmoeder van moeders kant
Overlijden van grootvader van moeders kant
Overlijden van grootvader van vaders kant
Overlijden van vader
Overlijden van een broer
Crematie van een broer
Overlijden van een zus
Gezin met ouders
vader
18921978
Geboorte: 26 mei 1892 37 42 Bedum, Bedum, Groningen, Nederland
Overlijden: 9 augustus 1978Bilthoven, De Bilt, Utrecht, Nederland
moeder
media/Fam/F052/F052_Ludolf_Pietje_Jeltje.jpg
18931935
Geboorte: 17 april 1893 26 35 Leeuwarden, Leeuwarden, Friesland, Nederland
Overlijden: 29 december 1935Steenwijk, Steenwijkerland, Overijssel, Nederland
oudere zus
19172015
Geboorte: 18 november 1917 25 24 Donkerbroek, Ooststellingwerf, Friesland, Nederland
Overlijden: 12 maart 2015Bennebroek, Noord-Holland, Nederland
22 maanden
oudere zus
media/Fam/F052/F052_Ludolf_Pietje_Jeltje.jpg
1919
Geboorte: 25 augustus 1919 27 26 Donkerbroek, Ooststellingwerf, Friesland, Nederland
18 maanden
hijzelf
1921
Geboorte: 17 februari 1921 28 27 Steenwijk, Steenwijkerland, Overijssel, Nederland
3 jaar
jongere broer
19232003
Geboorte: 31 december 1923 31 30 Steenwijk, Steenwijkerland, Overijssel, Nederland
Overlijden: 30 mei 2003
broer
Privé
Gezin van vader met Antje Carels
vader
18921978
Geboorte: 26 mei 1892 37 42 Bedum, Bedum, Groningen, Nederland
Overlijden: 9 augustus 1978Bilthoven, De Bilt, Utrecht, Nederland
stiefmoeder
19001992
Geboorte: 26 oktober 1900Groningen, Groningen, Groningen, Nederland
Overlijden: 7 april 1992de Bilt, De Bilt, Utrecht, Nederland
Huwelijk Huwelijk10 november 1943Steenwijk, Steenwijkerland, Overijssel, Nederland
Gezin met Privé
hijzelf
1921
Geboorte: 17 februari 1921 28 27 Steenwijk, Steenwijkerland, Overijssel, Nederland
echtgenote
Privé
Bronvermelding
Details citaat: Pagina V d
Notitie

Bijdrage van L. Borkhuis aan het gedenkboek "75 jaar levensmiddelentechnologie Bolsward, 1904-1979"
blz. 204 e.v.

L. BORKHUIS, AFGESTUDEERD IN 1944

Waarom ging ik indertijd naar „Bolsward"?
„Indertijd" was 1942, dus midden in de oorlog. Ik zou met mijn SteenwijkerHBS-diploma in 1940 naar de Economische Hogeschool in Rotterdamgaan, maar na het uitbreken van de oorlog en het bombardement op Rotterdamwas dit plan voorlopig van de baan. Ik werd volontair op een naburige zuivelfabriek, dankzij de vriendschappelijke verhouding tussen
mijn vader en de fabrieksdirecteur. Daarnaast ging ik enkele talendiploma's halen. De oorlog duurde zo lang dat „Rotterdam" alle aantrekkelijkheid ging verliezen en dus werd ik in 1942 leerling van de Rijkszuivelschool
in Bolsward. Tweejaar later, dus in'44, slaagde ik voor het einddiploma.
Dan begint een geheel nieuwe fase in je leven, je moet een baan zoeken.
Ondanks de gebrekkige communicatiemiddelen in de zomer van '44
slaagde ik gelukkig snel hierin. Na 51/2 jaar assistent-directeur bij enkele
oostelijke zuivelfabrieken geweest te zijn, kon ik mij in 1950 directeur
van een melkproduktenfabriek in het Zuiden noemen, nl. in Zevenbergschenhoek.
Bij de sollicitatie had ik nog nooit van de plaats gehoord en ik
was nog nooit in het Zuiden geweest, maar de positieverbetering en niet
te vergeten het directeurssalaris, waren voor mijn vrouw en mij voldoende
zekere faktoren voor een verhuizing naar een onbekend gebied.
Ik heb hier gedurende elf jaar een bijzonder interessante groei van de fabriek
mogen meemaken. Het was in het begin een fabriek in een te ruime
jas, d.w.z. een groot gebouw met erg weinig melk, want er kwam rechtstreeks
van de veehouders uit de omgeving slechts 5 miljoen kg per jaar.
Dit was het gevolg van de naoorlogse overgang van grasland naar bouwland
(suikerbieten, aardappelen, vlas, koolzaad, etc.). Er werd 10 miljoen
kg melk van buurtfabrieken bijgekocht om de exploitatie nog enigszins
rendabel te maken. Aangezien voor de produktie van volle condens en vol
walsenpoeder voornamelijk volle melk werd bijgekocht, gaf dit met name
in de winter problemen voor de Z.E.V. in Breda als boterverkoopvereniging.
In 1952 werd de fabriek door een organisatorische wijziging de centrale
melkproduktenfabriek van de Z.E.V. en hierna vond er ieder jaar een
uitbreiding plaats. Er kwamen indampinstallaties, verstuivingstorens,
nieuwe pakhuizen, kantoren en laboratoria, een nieuw ketelhuis, enz., dus
voor een directeur genoeg en interessant werk, temeer daar ook nieuwe
produkten werden ontwikkeld. Toen ik in 1961 het verzoek van de tweejaar
later gestorven [205] heer H. H. Buisman kreeg om hem te assisteren
in de leiding van de firma Buisman (thans Koninklijke R. Buisman Zuivelexport
C.V.) te Leeuwarden, verliet ik het bedrijf dat een verwerkingscapaciteit
van 200 miljoen kg melk per jaar had.
Ik kwam toen in de commercie terecht.
De hier verworven technische kennis is ook in mijn huidige, ogenschijnlijk
zuiver commerciële funktie van veel nut voor mij geweest. Het oude
„Bolsward" mocht dan met haar zuiveltechnische opleiding vroeger voor-
Heruitgave zuivelhistorienederland.nl 89
al geacht worden de leerlingen op te leiden tot directeur of staffunctionaris
van een zuivelfabriek, deze opleiding is ook een goede basis geweest
voor velen in andere functies. In de groothandel in zuivelprodukten bijvoorbeeld
is het een voordeel dat men weet wat melk is, hoe boter, kaas
en melkpoeder gefabriceerd worden. Ik wil dit gaarne toelichten op grond
van mijn ervaringen in de groothandel in boter.
1. Het kontakt met de leveranciers van de boter verloopt vlotter. Men
kan met de directie van de zuivelfabrieken besprekingen voeren over
de bereidingstechniek van de boter in het algemeen, maar ook over de
onderdelen daarvan zoals de apparatuur, de roomzuring, de stevigheid
van de boter, de bacteriologische geaardheid etc. Men kan op deze
wijze een bijdrage leveren tot de kwaliteitsverbetering van de boter.
2. Bij de afnemers van de boter in binnen-en buitenland heeft men wel
iets voor, als men direkt weet waar het over gaat bij opmerkingen
over de pH, een te hoog losvochtcijfer, oxydatiegebreken zoals „vettig",
een te hoge stevigheid, de kleur „niet wit genoeg", de dozen te
weinig stapelweerstand, delaminatie van aluminiumfolie bij kleinverpakking,
enz.
3. De opname van nieuwe zuivelprodukten in het verkooppakket van de
onderneming wordt niet aangemoedigd, als men verstoken is van zuiveltechnische
kennis. Met veel genoegen heb ik indertijd enkele initiatieven
kunnen nemen, zoals het pousseren van de produktie van boterolie
en botermengels (onze firma was destijds de eerste die de export
hiervan op grote schaal ter hand nam), en de bereiding van boterconcentraat
(„braadboter"). Uiteraard zal niet iedereen in een handelsfunctie
de kans krijgen om aan produkt-ontwikkeling mee te doen,
maar afgezien hiervan, zal een technoloog eventuele mogelijkheden
toch eerder onderkennen dan een uitsluitend commerciëel opgeleid
persoon.
4. In de zuivelorganisaties biedt het voor de vertegenwoordiger van de
groothandel voordelen, als hij niet alleen over de problemen aan de
afzetkant kan oordelen, maar ook over die aan de produktiekant. Dit is
mij wel heel duidelijk gebleken in [206] het afdelingsbestuur van het
Zuivel-Kwaliteitscontróle-Bureau (ZKB), maar ook in de Botercommissie
van het Pro-, duktschap voor Zuivel en in diverse andere besturen
en commissies. In internationale organisaties, zoals de Internationale
Zuivelbond, spreek ik mee over de betekenis en samenstelling
van nieuwe zuivelprodukten en in Eucolait (de Europese Vereniging
van Groothandelsondernemingen in Zuivelprodukten) heb ik o.a. de
door het NIZO ontwikkelde „alternatieve" boterbereidingsmethode
toegelicht.
5. De commercie heeft soms specifieke wensen maar die hoeven uiteraard
niet tegenstrijdig te zijn aan de belangen van de zuivelindustrie.
Het omgekeerde geldt eveneens. De kwaliteitsverbetering van zuivelprodukten
is van groot belang voor de partikuliere zuivelhandel en
voor de coöperatieve zuivelverkoopverenigingen, maar een wijziging
in de bereidingswijze, zonder de kwaliteit van het eindprodukt te
schaden kan weer interessant zijn voor de producenten. Een samen-
Heruitgave zuivelhistorienederland.nl 90
spel moet er altijd zijn en men moet dan op deskundige wijze met elkaar
kunnen praten. Een voorbeeld van een gewijzigde bereidingswijze,
welke ook de handel niet onberoerd liet, was de ontwikkeling van
de „alternatieve" bereidingswijze voor boter, waarbij de zoete room
gekarnd wordt en de boterkorrels hierna gezuurd en gekneed worden.
In plaats van zure wordt nu zoete karnemelk verkregen, welke laatste
voor meer doeleinden gebruikt kan worden. Het
„karnemelkprobleem" bij veel fabrieken wordt hiermee opgelost, hetgeen
erg prettig is voor hen, maar voor de boterhandel is als prettige
bijkomstigheid de betere houdbaarheid van de „alternatieve" boter
naar voren gekomen. In de NIZO-Melkvet-commissie, waarin ik in
zekere zin fungeer als trait d'union tussen wetenschappelijk onderzoek
enerzijds en produktie en afzet anderzijds, heb ik indertijd het NIZO
verzocht een dergelijke methode te ontwikkelen ten behoeve van het
bedrijfsleven. Achteraf is gebleken dat op kwaliteitsgronden de bóterhandel
ook hiervan profiteert. Het is trouwens logisch dat een ex-
„Bolswarder" meer interesse heeft voor de in het belang van producenten
en handel verrichte technologische ontwikkelingen in de
zuivelindustrie, dan de zuiver commerciële man, die weer andere sterke
kanten heeft.
Uit het bovenstaande moge blijken dat ik het een voordeel vind, indien
functies bij handelsondernemingen op zuivelgebied ook deels bezet zijn
of worden door in Bolsward opgeleide mensen.

Notitie

Auteur van:
De betekenis van boter als voedingsmiddel voor de gezondheid
door L Borkhuis

Uitgever: Leeuwarden : Koninklijke R. Buisman zuivelexport, 1975.
Editie: 2e dr
OCLC: 64338052